Direct naar de inhoud
EveryLingua Alle talenWoordenboek
NL

Vervoeging van sprechen

  • Betekenis spreken
  • Niveau A1
  • Patroon onregelmatig
  • Hulpwerkwoord haben

Wat bijzonder is aan dit werkwoord

Vet en onderstreept: de uitgang. ◆ markeert een vorm die van de regel afwijkt.

Aantonende wijs

PlusquamperfektPlusquamperfekt (voltooid verleden tijd)

ichhatte gesprochen
duhattest gesprochen
er/​sie/​eshatte gesprochen
wirhatten gesprochen
ihrhattet gesprochen
sie/​Siehatten gesprochen

Meer hierover: Het Plusquamperfekt: wat daarvoor al gebeurd was

Futur IIvoltooid toekomende tijd

ichwerde gesprochen haben
duwirst gesprochen haben
er/​sie/​eswird gesprochen haben
wirwerden gesprochen haben
ihrwerdet gesprochen haben
sie/​Siewerden gesprochen haben

Vormen van de Konjunktiv

Konjunktiv IKonjunktiv I, indirecte rede

ichspreche
dusprechest
er/​sie/​esspreche
wirsprechen
ihrsprechet
sie/​Siesprechen

Konjunktiv IIKonjunktiv II, het onwerkelijke

ichspräche
dusprächest
er/​sie/​esspräche
wirsprächen
ihrsprächet
sie/​Siesprächen

Meer hierover: Konjunktiv II: de Duitse “zou”-vorm

Konjunktiv II mit würdeKonjunktiv II, het onwerkelijke

ichwürde sprechen
duwürdest sprechen
er/​sie/​eswürde sprechen
wirwürden sprechen
ihrwürdet sprechen
sie/​Siewürden sprechen

Meer hierover: Konjunktiv II met hulpwerkwoord of met eigen vorm

Gebiedende wijs

Imperativgebiedende wijs, bevestigend

dusprich
ihrsprecht
Siesprechen Sie

Meer hierover: De gebiedende wijs

Onvervoegde vormen

Voorbeeldzinnen uit de cursus

Elke zin komt uit de woordenlijsten of grammaticathema’s van deze cursus. De werkwoordsvorm is gemarkeerd; eronder staat welke tijd en persoon het is.

  • Sprechen Sie Duits?Spreekt u Engels?

    Sprechen – Präsens · wir; Präsens · sie/Sie

  • Sprich bitte etwas leiser.Praat alsjeblieft wat zachter.

    Sprich – Imperativ · du

  • Über die Vergangenheit spricht er nicht gern.Over het verleden praat hij niet graag.

    spricht – Präsens · er/sie/es

  • Wir haben viel gesprochen.We hebben veel gepraat.

    gesprochen – Partizip II · Het voltooid deelwoord vormen

  • Ich spreche Deutsch und lese ein deutsches Buch.Ik spreek Duits en lees een Duits boek.

    spreche – Präsens · ich; Konjunktiv I · ich · Hoofdletters

  • Sprich mir auf die Mailbox.Spreek iets in op mijn voicemail.

    Sprich – Imperativ · du

Meer voorbeeldzinnen

  • Sprechen Sie Niederländisch?Spreekt u Nederlands?

  • Wir müssen mal in Ruhe über das Geld sprechen.We moeten eens rustig over het geld praten.

  • Kann ich bitte kurz mit Frau Jansen sprechen?Kan ik even mevrouw Jansen spreken?

Typische fouten van Nederlandstaligen

  • Fout Ich habe gestern lange mit meinem Chef gesproken.

    Goed Ich habe gestern lange mit meinem Chef gesprochen.

    Het Nederlandse “gesproken” en het Duitse gesprochen lijken bijna gelijk. Het Duits heeft in deze stam ch waar het Nederlands een k heeft, net als in machen en “maken”.

Vaste combinaties

  • Klartext sprechen — duidelijke taal spreken
  • fließend Deutsch sprechen — vloeiend Duits spreken
  • für sich sprechen — voor zich spreken
  • unter vier Augen sprechen — onder vier ogen spreken

Werkwoorden die je makkelijk verwart

  • sagen Wat je letterlijk zegt, staat na sagen; sprechen gaat over het praten zelf.

Kort oefenen

Open plekken: 5 – eerst uit de voorbeeldzinnen hierboven, dan uit de tabel. Elk antwoord telt mee voor je herhalingen.

Verder leren

Werkwoorden met hetzelfde patroon

Bijpassende grammaticathema’s

De vormen zijn berekend volgens de regels van de taal – twee keer, langs twee onafhankelijke wegen – en vergeleken met alle met de hand geschreven vormen in deze cursus. De voorbeeldzinnen zijn eigen zinnen van de cursus.