Direct naar de inhoud
EveryLingua Alle talenWoordenboek
NL

Vervoeging van laufen

  • Betekenis lopen; rennen
  • Niveau A1
  • Patroon onregelmatig
  • Hulpwerkwoord sein

Wat bijzonder is aan dit werkwoord

Vet en onderstreept: de uitgang. ◆ markeert een vorm die van de regel afwijkt.

Aantonende wijs

PlusquamperfektPlusquamperfekt (voltooid verleden tijd)

ichwar gelaufen
duwarst gelaufen
er/​sie/​eswar gelaufen
wirwaren gelaufen
ihrwart gelaufen
sie/​Siewaren gelaufen

Meer hierover: Het Plusquamperfekt: wat daarvoor al gebeurd was

Futur IIvoltooid toekomende tijd

ichwerde gelaufen sein
duwirst gelaufen sein
er/​sie/​eswird gelaufen sein
wirwerden gelaufen sein
ihrwerdet gelaufen sein
sie/​Siewerden gelaufen sein

Vormen van de Konjunktiv

Konjunktiv IKonjunktiv I, indirecte rede

ichlaufe
dulaufest
er/​sie/​eslaufe
wirlaufen
ihrlaufet
sie/​Sielaufen

Gebiedende wijs

Imperativgebiedende wijs, bevestigend

dulauf
ihrlauft
Sielaufen Sie

Meer hierover: De gebiedende wijs

Onvervoegde vormen

Voorbeeldzinnen uit de cursus

Elke zin komt uit de woordenlijsten of grammaticathema’s van deze cursus. De werkwoordsvorm is gemarkeerd; eronder staat welke tijd en persoon het is.

  • Die Waschmaschine läuft noch.De wasmachine draait nog.

    läuft – Präsens · er/sie/es

  • Wir sind den ganzen Weg gelaufen.We hebben de hele weg gelopen.

    gelaufen – Partizip II

  • Die Frist läuft am Freitag ab.De termijn verloopt op vrijdag.

    läuft – Präsens · er/sie/es

  • Das Waschbecken läuft nicht ab.De wastafel loopt niet weg.

    läuft – Präsens · er/sie/es

  • Der Pass läuft nächstes Jahr ab.Het paspoort verloopt volgend jaar.

    läuft – Präsens · er/sie/es

  • Der Vertrag läuft bis Ende des Jahres.Het contract loopt tot het eind van het jaar.

    läuft – Präsens · er/sie/es

Meer voorbeeldzinnen

  • Ich laufe jeden Morgen fünf Kilometer.Ik ren elke ochtend vijf kilometer.

  • Was läuft heute Abend im Fernsehen?Wat is er vanavond op tv?

  • Wie läuft es bei deiner neuen Arbeit?Hoe gaat het op je nieuwe werk?

Typische fouten van Nederlandstaligen

  • Fout Wir haben gestern zwei Stunden im Wald gelaufen.

    Goed Wir sind gestern zwei Stunden im Wald gelaufen.

    Het Nederlands zegt “we hebben gelopen” als het om de activiteit gaat, en “we zijn naar huis gelopen” bij een doel. Het Duits maakt dat onderscheid hier niet: laufen neemt in het Perfekt sein, ook zonder bestemming.

Vaste combinaties

  • Gefahr laufen — gevaar lopen
  • Ski laufen — skiën
  • wie geschmiert laufen — gesmeerd lopen (spreektaal)
  • jemandem über den Weg laufen — iemand tegen het lijf lopen

Werkwoorden die je makkelijk verwart

  • gehen In de standaardtaal is gehen lopen en laufen rennen; in de spreektaal betekent laufen ook gewoon lopen.
  • fahren Net als laufen neemt fahren zonder lijdend voorwerp altijd sein.

Kort oefenen

Open plekken: 5 – eerst uit de voorbeeldzinnen hierboven, dan uit de tabel. Elk antwoord telt mee voor je herhalingen.

Verder leren

Werkwoorden met hetzelfde patroon

Bijpassende grammaticathema’s

De vormen zijn berekend volgens de regels van de taal – twee keer, langs twee onafhankelijke wegen – en vergeleken met alle met de hand geschreven vormen in deze cursus. De voorbeeldzinnen zijn eigen zinnen van de cursus.