Direct naar de inhoud
EveryLingua Alle talenWoordenboek
NL

Vervoeging van lassen

  • Betekenis laten; achterlaten
  • Niveau A2
  • Patroon onregelmatig
  • Hulpwerkwoord haben

Wat bijzonder is aan dit werkwoord

Vet en onderstreept: de uitgang. ◆ markeert een vorm die van de regel afwijkt.

Aantonende wijs

PlusquamperfektPlusquamperfekt (voltooid verleden tijd)

ichhatte gelassen
duhattest gelassen
er/​sie/​eshatte gelassen
wirhatten gelassen
ihrhattet gelassen
sie/​Siehatten gelassen

Meer hierover: Het Plusquamperfekt: wat daarvoor al gebeurd was

Futur IIvoltooid toekomende tijd

ichwerde gelassen haben
duwirst gelassen haben
er/​sie/​eswird gelassen haben
wirwerden gelassen haben
ihrwerdet gelassen haben
sie/​Siewerden gelassen haben

Vormen van de Konjunktiv

Konjunktiv IKonjunktiv I, indirecte rede

ichlasse
dulassest
er/​sie/​eslasse
wirlassen
ihrlasset
sie/​Sielassen

Gebiedende wijs

Imperativgebiedende wijs, bevestigend

dulass
ihrlasst
Sielassen Sie

Meer hierover: De gebiedende wijs

Onvervoegde vormen

Voorbeeldzinnen uit de cursus

Elke zin komt uit de woordenlijsten of grammaticathema’s van deze cursus. De werkwoordsvorm is gemarkeerd; eronder staat welke tijd en persoon het is.

  • Lasst uns kurz anstoßen.Laten we even proosten.

    Lasst – Präsens · ihr; Imperativ · ihr

  • Den Kuchen abkühlen lassen.De taart laten afkoelen.

    lassen – Präsens · wir; Präsens · sie/Sie

  • Der Sitz lässt sich nicht verstellen.De stoel is niet te verstellen.

    lässt – Präsens · du; Präsens · er/sie/es

  • Ich lasse es an die Packstation schicken.Ik laat het naar de pakketautomaat sturen.

    lasse – Präsens · ich; Konjunktiv I · ich

  • Ich musste die Karte sperren lassen.Ik moest de kaart laten blokkeren.

    lassen – Präsens · wir; Präsens · sie/Sie

  • Wir lassen eine neue Küche einbauen.We laten een nieuwe keuken inbouwen.

    lassen – Präsens · wir; Präsens · sie/Sie

Meer voorbeeldzinnen

  • Ich lasse mir am Freitag die Haare schneiden.Ik laat vrijdag mijn haar knippen.

  • Lass die Kinder doch noch ein bisschen spielen!Laat de kinderen nog even spelen!

  • Hast du deinen Schirm im Restaurant gelassen?Heb je je paraplu in het restaurant laten liggen?

Typische fouten van Nederlandstaligen

  • Fout Ich habe mein Auto in der Werkstatt lassen reparieren.

    Goed Ich habe mein Auto in der Werkstatt reparieren lassen.

    “Ik heb mijn auto laten repareren”: in het Nederlands komt “laten” vóór het andere werkwoord. In het Duits staat het hoofdwerkwoord eerst en lassen helemaal achteraan, in de infinitief en niet als gelassen.

Vaste combinaties

  • jemanden in Ruhe lassen — iemand met rust laten
  • sich Zeit lassen — de tijd nemen
  • etwas fallen lassen — iets laten vallen
  • jemanden warten lassen — iemand laten wachten

Werkwoorden die je makkelijk verwart

  • zeigen “Laten zien” is in het Duits gewoon zeigen, niet sehen lassen.
  • liegen “Laten liggen” kan liegen lassen zijn, maar voor iets dat je vergeten bent zeg je vaak gewoon etwas vergessen.

Kort oefenen

Open plekken: 5 – eerst uit de voorbeeldzinnen hierboven, dan uit de tabel. Elk antwoord telt mee voor je herhalingen.

Verder leren

Werkwoorden met hetzelfde patroon

Bijpassende grammaticathema’s

De vormen zijn berekend volgens de regels van de taal – twee keer, langs twee onafhankelijke wegen – en vergeleken met alle met de hand geschreven vormen in deze cursus. De voorbeeldzinnen zijn eigen zinnen van de cursus.