Direct naar de inhoud
EveryLingua Alle talenWoordenboek
NL
Alle thema’s (108)

A1  ·  Alfabet en uitspraak  ·  ca. 4 min

Klinkers, Umlaut en ei/ie

hoe de klinkers klinken

Elke klinker is lang of kort, en de spelling laat meestal zien welke van de twee.

Deze woorden heb je nodig26

Ze komen voor in de voorbeelden en oefeningen van dit thema en zijn op dit punt van het leerpad nieuw.

  • fahrenrijden, gaan (met een voertuig)
  • langsamlangzaam
  • das Betthet bed
  • stehenstaan
  • das Zimmerde kamer
  • viervier
  • das Glashet glas; de pot
  • der Weinde wijn
  • die Tassehet kopje
  • der Kaffeede koffie
  • müdemoe
  • mögenlusten, houden van
  • schlafenslapen
  • wohnenwonen
  • die Stadtde stad
  • heutevandaag
  • das Wetterhet weer
  • der Namede naam
  • die Fraumevrouw; vrouw; echtgenote
  • liebenhouden van
  • das Haushet huis
  • trinkendrinken
  • gerngraag
  • das Kindhet kind
  • der Sommerde zomer
  • wiehoe

Oefen als flitskaarten · 1Oefen als flitskaarten · 2Oefen als flitskaarten · 3

Mis je een woord? Zoek het op in het woordenboek

Begrijpen

Onthoudei zeg je als “ai”, ie als een lange “ie” — en waar het Nederlands ij heeft, schrijft het Duits ei.

Signaalwoorden
  • ie
  • ei
  • eu
  • au
  • ä
  • ö
  • ü
  • -e

De vorm

Hoe je het schrijft en uitspreekt

Elke rij geeft eerst de regel en dan voorbeelden in het Duits waaraan je hem ziet.

lang: dubbele klinkerMeer, Boot, Saal
lang: klinker + stomme hfahren, Sohn, Uhr
kort: voor een dubbele medeklinkerBett, kommen, Mutter
de klinkers met Umlautüber, schön, Käse
ie is “ie”, ei is “ai”Bier, Wein
eu en äu zijn “oi”, au is “au”heute, Häuser, Haus
een -e aan het eind spreek je uitName, Tasse, bitte

De regels één voor één

De vorm waar dit thema over gaat

  1. Een dubbele klinker, of een klinker met h erachter, is lang.

    Das Boot fährt langsam.De boot vaart langzaam.

  2. Een klinker voor een dubbele medeklinker is kort.

    Das Bett steht im Zimmer.Het bed staat in de kamer.

  3. ie is een lange “ie”; ei klinkt als “ai”.

    Vier Gläser Wein, bitte.Vier glazen wijn, alstublieft.

  4. Een -e aan het eind spreek je altijd uit.

    Eine Tasse Kaffee, bitte.Een kopje koffie, alstublieft.

Voorbeeldzinnen

Ich bin müde und möchte schlafen.Ik ben moe en wil graag slapen.

Wir wohnen in der Stadt.Wij wonen in de stad.

Heute ist das Wetter schön.Vandaag is het mooi weer.

Meer voorbeeldzinnen (2)

Mein Name ist Peter.Mijn naam is Peter.

Die Frau liebt ihr Haus.De vrouw houdt van haar huis.

De valkuil voor Nederlandstaligen

Let op

Het lezen van ie gaat je vanzelf goed af; het schrijven is lastiger. Wie ie en ei verwisselt, schrijft een ander woord op: Wienis WenenWeinis wijn; Liedis een liedLeidis leed Hier helpt je eigen taal: waar het Nederlands ij of ei heeft, schrijft het Duits bijna altijd ei — wijn en Wein, mijn en mein, tijd en Zeit, schrijven en schreiben. Een Nederlandse ie blijft vaak ie (vier en vier, bier en Bier), maar niet altijd: drie is drei.

Fout:Ich trinke gern Wien.
Goed:Ich trinke gern Wein.

Snelle check

Om op te warmen, met meteen het antwoord (vragen: 2). Ze tellen niet mee voor je voortgang.

Oefenen

Eén les met een duidelijk doel: je haalt hem met 80% goed in één keer. Je antwoorden worden in de browser gecontroleerd; geen ervan verlaat je apparaat.

Schrijf nu zelfZinnen bij dit thema: 4, getypt en meteen gecontroleerd.

Jouw stand

Wat je les over dit thema laat zien:

Verder op het leerpad: 3 · Medeklinkers: w, v, z, s, j en gTerug naar het leerpad

Uitgebreid uitgelegd

Lees de hele uitleg · ca. 2 min

Het verschil tussen lange en korte klinkers ken je al: het Nederlands onderscheidt “man” en “maan”, en het Duits doet hetzelfde met Stadt (stad, korte a) en Staat (staat, lange a). Ook de spelling werkt volgens een bekend systeem, alleen met andere middelen. Lang is een klinker als hij dubbel staat (Meer, Boot), als er een stomme h achter staat (fahren, Sohn) of als er één medeklinker en dan weer een klinker volgt (Name, Tage) — die laatste regel is dezelfde als in “namen” en “dagen”. Kort is hij voor een dubbele medeklinker (Bett, kommen) en meestal voor twee verschillende (Hand, Kind). Let op: het Duits verdubbelt de medeklinker ook aan het eind van het woord, waar het Nederlands “bed” schrijft.

De Umlaut-klanken heb je allemaal al in je mond, alleen onder een andere spelling. De lange ü is de Nederlandse “uu” van “muur”: über, müde. De lange ö is de Nederlandse “eu” van “neus”: schön, hören. Kort klinkt ü ongeveer als de klinker van “put” (Mütter), en ö als een korte, ronde eu (können). ä is de Nederlandse e: kort zoals in “pen” bij Männer, lang zoals de è van “crème” bij Käse. En de gewone u is je “oe”: gutklinkt als “goet”Mutterals “moetter”

De grootste valkuil zit in de klinkerparen, want daar betekent dezelfde spelling in het Duits iets anders. ei (en het zeldzamere ai) klinkt als “ai” in “mais”, met een open a aan het begin: mein, Wein, Mai. eu en äu klinken als “oi” in “hoi”, niet als de Nederlandse eu: neu, heute, Häuser. au ligt dicht bij de Nederlandse au van “blauw”, maar begint met een opener a: Haus, Frau. Alleen ie is precies wat je verwacht, een “ie”, al is hij in het Duits wat langer: Bier, Liebe, vier.

Twee uitgangen klinken anders dan ze eruitzien. Een -e aan het eind spreek je altijd uit, als een toonloze e zoals in “de” of “lopen”: Name heeft twee lettergrepen. En -er aan het eind verliest zijn r en klinkt als een korte, donkere a: Vater, Lehrer, besser. Een Nederlander spreekt daar graag een duidelijke r uit; in het Duits klinkt dat meteen buitenlands.

Goed om te weten1
  1. Goed om te weten

    Vergelijking met het Nederlands: bekende klanken, andere letters

    Vier Duitse spellingen wijzen naar klanken die je al kent, maar onder een andere letter: u is je “oe”, ü je “uu”, ö je “eu” en eu je “oi”. Lees je een nieuw Duits woord, vertaal de letters dan in gedachten naar het Nederlands: Bücherwordt “buucher”Löwe“leuve”Feuer“foier” Zo voorkom je de bekendste fout van Nederlandstaligen: Freund uitspreken met de eu van “vreugde”.

    Heute lese ich ein gutes Buch.Vandaag lees ik een goed boek.

De werkwoorden van deze pagina in alle vormen: sein · stehen · fahren · mögen · wohnen · schlafen