Direct naar de inhoud
EveryLingua Alle talenWoordenboek
NL

Vervoeging van stehen

  • Betekenis staan
  • Niveau A1
  • Patroon onregelmatig
  • Hulpwerkwoord haben

Wat bijzonder is aan dit werkwoord

Vet en onderstreept: de uitgang. ◆ markeert een vorm die van de regel afwijkt.

Aantonende wijs

PlusquamperfektPlusquamperfekt (voltooid verleden tijd)

ichhatte gestanden
duhattest gestanden
er/​sie/​eshatte gestanden
wirhatten gestanden
ihrhattet gestanden
sie/​Siehatten gestanden

Meer hierover: Het Plusquamperfekt: wat daarvoor al gebeurd was

Futur IIvoltooid toekomende tijd

ichwerde gestanden haben
duwirst gestanden haben
er/​sie/​eswird gestanden haben
wirwerden gestanden haben
ihrwerdet gestanden haben
sie/​Siewerden gestanden haben

Vormen van de Konjunktiv

Konjunktiv IKonjunktiv I, indirecte rede

ichstehe
dustehest
er/​sie/​esstehe
wirstehen
ihrstehet
sie/​Siestehen

Konjunktiv IIKonjunktiv II, het onwerkelijke

ichstände
duständest
er/​sie/​esstände
wirständen
ihrständet
sie/​Sieständen

Meer hierover: Konjunktiv II: de Duitse “zou”-vorm

Gebiedende wijs

Imperativgebiedende wijs, bevestigend

dusteh
ihrsteht
Siestehen Sie

Meer hierover: De gebiedende wijs

Onvervoegde vormen

Voorbeeldzinnen uit de cursus

Elke zin komt uit de woordenlijsten of grammaticathema’s van deze cursus. De werkwoordsvorm is gemarkeerd; eronder staat welke tijd en persoon het is.

  • Ich stehe um sechs auf.Ik sta om zes uur op.

    stehe – Präsens · ich; Konjunktiv I · ich

  • Bleib bitte kurz stehen.Blijf even staan.

    stehen – Präsens · wir; Präsens · sie/Sie

  • Das Fenster steht offen.Het raam staat open.

    steht – Präsens · er/sie/es; Präsens · ihr

  • Wir standen zwei Stunden im Stau.We stonden twee uur in de file.

    standen – Präteritum · wir; Präteritum · sie/Sie

  • Die Warnung stand auf der Packung.De waarschuwing stond op de verpakking.

    stand – Präteritum · ich; Präteritum · er/sie/es

  • Das Kleid steht dir gut.De jurk staat je goed.

    steht – Präsens · er/sie/es; Präsens · ihr

Meer voorbeeldzinnen

  • Im Bus mussten wir die ganze Fahrt stehen.In de bus moesten we de hele rit staan.

  • Was steht heute in der Zeitung?Wat staat er vandaag in de krant?

  • Die Vase steht auf dem Fensterbrett.De vaas staat op de vensterbank.

Typische fouten van Nederlandstaligen

  • Fout Vor der Tür steht es ein Mann.

    Goed Vor der Tür steht ein Mann.

    Het Nederlands mag “er” ook laten staan als de zin met een plaatsbepaling begint (“Voor de deur staat er een man”). Het Duitse es vult alleen de eerste plaats: staat daar al iets anders, dan valt es weg.

Vaste combinaties

  • im Stau stehen — in de file staan
  • auf jemanden stehen — op iemand vallen (spreektaal)
  • unter Druck stehen — onder druk staan
  • zur Verfügung stehen — ter beschikking staan

Werkwoorden die je makkelijk verwart

  • stellen stehen is de toestand (staan), stellen de handeling (rechtop neerzetten), met Akkusativ na het voorzetsel.
  • liegen Wat plat ligt, liegt; wat rechtop staat, steht. Een fles kan dus allebei.
  • bestehen “Op iets staan” (aandringen) is in het Duits auf etwas bestehen, niet stehen.

Kort oefenen

Open plekken: 5 – eerst uit de voorbeeldzinnen hierboven, dan uit de tabel. Elk antwoord telt mee voor je herhalingen.

Verder leren

Werkwoorden met hetzelfde patroon

Bijpassende grammaticathema’s

De vormen zijn berekend volgens de regels van de taal – twee keer, langs twee onafhankelijke wegen – en vergeleken met alle met de hand geschreven vormen in deze cursus. De voorbeeldzinnen zijn eigen zinnen van de cursus.