Direct naar de inhoud
EveryLingua Alle talenWoordenboek
NL
Alle thema’s (108)

B1  ·  Het werkwoord: tegenwoordige tijd en stam

Werkwoorden die altijd wederkerend zijn

“sich beeilen”, “sich irren”, “sich befinden”

Thema 80 van 108 · ca. 4 min

Je doel

Je kunt werkwoorden gebruiken die altijd wederkerend zijn, zoals sich beeilen en sich erinnern, zonder het voornaamwoord als voorwerp te zien.

Wir müssen uns beeilen.We moeten ons haasten.

Kannst du dich nach dem Zug erkundigen?Kun jij navragen hoe het met de trein zit?

Das Museum befindet sich am Markt.Het museum ligt aan de markt.

Gehaald bij 8 van 10, waarvan 3 van 4 zelf geschreven · ca. 5 min.

Uitlegvideo

Eerst kijken, dan oefenen

Het belangrijkste

OnthoudLeer het als sich beeilen, nooit als beeilen.

Een groep werkwoorden waarvan het wederkerend voornaamwoord geen voorwerp is, maar bij het werkwoord hoort.

Signaalwoorden
  • sich
  • mich
  • dich
  • uns
  • euch
  • mir
  • dir

De vorm

Zo maak je de vormen

Elke rij geeft eerst de betekenis en dan de vorm in het Duits. De kleuren tonen wat er van vorm tot vorm verandert.

stam (regelmatig) persoonsuitgang

ik haast me (Akkusativ)ich beeile mich
jij haast jedu beeilst dich
hij / zij / het haast zicher / sie / es beeilt sich
wij haasten onswir beeilen uns
jullie haasten jeihr beeilt euch
zij / u haasten zichsie / Sie beeilen sich
ik onthoud (Dativ)ich merke mir
jij onthoudtdu merkst dir
hij / zij / het onthoudter / sie / es merkt sich
wij onthoudenwir merken uns
jullie onthoudenihr merkt euch
zij / u onthoudensie / Sie merken sich
met een tweede voorwerpIch wasche mir die Hände.

De regels één voor één

De vorm waar dit thema over gaatHet woord dat erom vraagt

  1. Een echt wederkerend werkwoord heeft geen vorm zonder voornaamwoord.

    Beeil dich!Schiet op!

  2. Het voornaamwoord staat in de Akkusativ, tenzij er al een ander lijdend voorwerp is.

    Ich merke mir die Nummer.Ik onthoud het nummer.

  3. sich dekt de derde persoon en de beleefde vorm, in beide naamvallen.

    Erholen Sie sich gut.Rust u goed uit.

Meer regels (1)
  1. Het voornaamwoord staat vroeg in het middenveld.

    Ich habe mich gestern sehr geschämt.Ik schaamde me gisteren erg.

Voorbeeldzinnen

Meer voorbeeldzinnen (8)

Ich bedanke mich herzlich.Hartelijk dank.

Er hat sich geweigert.Hij weigerde.

Benimm dich bitte.Gedraag je, alsjeblieft.

Sie hat sich verspätet.Ze was te laat.

Wir haben uns im Wald verirrt.We zijn in het bos verdwaald.

Wir sehnen uns nach dem Sommer.We verlangen naar de zomer.

Er hat sich in sie verliebt.Hij is verliefd op haar geworden.

Da irrst du dich.Daar vergis je je.

De valkuil voor Nederlandstaligen

Let op

Zonder voornaamwoord blijft er geen Duits werkwoord over: bedanken bestaat niet alleen, dus wie mich weglaat, maakt geen andere zin maar helemaal geen zin. Het Nederlands zegt “bedanken”, “haasten” en “weigeren” vaak zonder “zich”, en die gewoonte nemen Nederlandstaligen mee. Leer het daarom als sich bedanken, dan vergeet je het nooit.

Fout:Ich bedanke für die Hilfe.
Goed:Ich bedanke mich für die Hilfe.

Les

Uitgebreid uitgelegd

Lees de hele uitleg · ca. 1 min

Het Duits heeft twee soorten wederkerende werkwoorden. Bij de eerste is het voornaamwoord een echt voorwerp en kun je het vervangen: Ich wasche mich tegenover Ich wasche das Kind. Bij de tweede kan dat niet, omdat het voornaamwoord bij het werkwoord hoort: sich beeilen, sich irren, sich befinden, sich bedanken, sich weigern. “Iemand haasten” bestaat in die zin niet.

Die leer je als geheel, met sich ervoor, zoals het woordenboek ze noemt. Veel ervan hebben ook nog een voorzetsel — sich verlieben in, sich sehnen nach, sich bedanken für — zodat één woord het werkwoord, het voornaamwoord, het voorzetsel en de naamval bevat. Sich erinnern an, sich freuen über en sich kümmern um lijken erop, maar bestaan ook zonder voornaamwoord.

Het voornaamwoord staat in de Akkusativ, tenzij er al een ander lijdend voorwerp is; dan wordt het Dativ: Ich wasche mich, maar Ich wasche mir die Hände. Alleen bij de eerste en tweede persoon enkelvoud zie je dat verschil: mich / mir, dich / dir.

Nader bekeken

Waar het Duits wederkerend is en het Nederlands niet

Een hele reeks alledaagse Duitse werkwoorden is wederkerend waar het Nederlands dat niet (meer) is: sich beeilenopschietensich verspätente laat komensich erholenuitrustensich irrenzich vergissen — dat laatste is wel gelijk

Omgekeerd gebeurt het ook: “zich vervelen” is sich langweilen, maar “zich herinneren” is sich erinnern — gelijk. Geen regel voorspelt het; noteer het voornaamwoord meteen als je het werkwoord leert.

Uitzonderingen en bijzondere gevallen2
  1. Uitzondering

    Als het werkwoord een lichaamsdeel als voorwerp heeft

    dan staat het wederkerend voornaamwoord in de Dativ en valt het bezittelijk voornaamwoord weg.

    Ich habe mir das Bein gebrochen.Ik heb mijn been gebroken.

    Waarom? Het Duits geeft met de Dativ aan wiens lichaamsdeel het is, niet met “mijn”.

  2. Uitzondering

    Als de betekenis wederzijds is

    dan betekent het meervoudige voornaamwoord “elkaar”.

    Wir treffen uns um acht.We zien elkaar om acht uur.

    Waarom? Het Duits gebruikt dezelfde vormen voor wederkerend en wederkerig; de context beslist.

Goed om te weten2
  1. Goed om te weten

    Met “sich” vermijdt het Duits de lijdende vorm

    Een wederkerend werkwoord kan een lijdende vorm vervangen als niemand in het bijzonder iets doet: Das Problem hat sich gelöst, Die Tür öffnet sich, Das Buch verkauft sich gut. Het Nederlands kent dat ook: “de deur gaat open”, “het boek verkoopt goed”.

  2. Goed om te weten

    Het voornaamwoord heeft geen klemtoon

    In Ich wasche mich draagt het voornaamwoord geen nadruk. Wie wil zeggen dat hij het zelf deed, voegt selbst toe: Ich habe es selbst gemacht, net als “ik heb het zelf gedaan”.

De werkwoorden van deze pagina in alle vormen: haben · können · brechen

Verwante thema’s

Schrijf nu zelfZinnen bij dit thema: 4, getypt en meteen gecontroleerd.

Deze woorden heb je nodig4

Ze komen voor in de voorbeelden en oefeningen van dit thema en zijn op dit punt van het leerpad nieuw.

  • die Nummerhet nummer
  • sich erholenherstellen, uitrusten
  • das Museumhet museum
  • sich befindenzich bevinden

Oefen als flitskaarten

Mis je een woord? Zoek het op in het woordenboek