Direct naar de inhoud
EveryLingua Alle talenWoordenboek
NL

Vervoeging van denken

  • Betekenis denken
  • Niveau A1
  • Patroon onregelmatig
  • Hulpwerkwoord haben

Wat bijzonder is aan dit werkwoord

Vet en onderstreept: de uitgang. ◆ markeert een vorm die van de regel afwijkt.

Aantonende wijs

PlusquamperfektPlusquamperfekt (voltooid verleden tijd)

ichhatte gedacht
duhattest gedacht
er/​sie/​eshatte gedacht
wirhatten gedacht
ihrhattet gedacht
sie/​Siehatten gedacht

Meer hierover: Het Plusquamperfekt: wat daarvoor al gebeurd was

Futur IIvoltooid toekomende tijd

ichwerde gedacht haben
duwirst gedacht haben
er/​sie/​eswird gedacht haben
wirwerden gedacht haben
ihrwerdet gedacht haben
sie/​Siewerden gedacht haben

Vormen van de Konjunktiv

Konjunktiv IKonjunktiv I, indirecte rede

ichdenke
dudenkest
er/​sie/​esdenke
wirdenken
ihrdenket
sie/​Siedenken

Konjunktiv IIKonjunktiv II, het onwerkelijke

ichdächte
dudächtest
er/​sie/​esdächte
wirdächten
ihrdächtet
sie/​Siedächten

Meer hierover: Konjunktiv II: de Duitse “zou”-vorm

Gebiedende wijs

Imperativgebiedende wijs, bevestigend

dudenk
ihrdenkt
Siedenken Sie

Meer hierover: De gebiedende wijs

Onvervoegde vormen

Voorbeeldzinnen uit de cursus

Elke zin komt uit de woordenlijsten of grammaticathema’s van deze cursus. De werkwoordsvorm is gemarkeerd; eronder staat welke tijd en persoon het is.

  • Ich denke oft an zu Hause.Ik denk vaak aan thuis.

    denke – Präsens · ich; Konjunktiv I · ich

  • Sag mir bitte ehrlich, was du denkst.Zeg me alsjeblieft eerlijk wat je denkt.

    denkst – Präsens · du

  • Er dachte an früher.Hij dacht aan vroeger.

    dachte – Präteritum · ich; Präteritum · er/sie/es · Gemengde werkwoorden: bringen, brachte

  • Er denkt an seine Familie.Hij denkt aan zijn familie.

    denkt – Präsens · er/sie/es; Präsens · ihr · Voorzetsels die bij een werkwoord horen

  • Woran denkst du gerade?Waar denk je net aan?

    denkst – Präsens · du · Werkwoorden met een vast voorzetsel

  • Ich denke oft an meine Großmutter.Ik denk vaak aan mijn oma.

    denke – Präsens · ich; Konjunktiv I · ich · Werkwoorden met een vast voorzetsel

Meer voorbeeldzinnen

  • Ich denke, wir sollten jetzt gehen.Ik denk dat we nu moeten gaan.

  • Denkst du bitte an die Blumen für Oma?Denk je alsjeblieft aan de bloemen voor oma?

  • Ich habe den ganzen Tag an dich gedacht.Ik heb de hele dag aan je gedacht.

Typische fouten van Nederlandstaligen

  • Fout Ich denke oft an meiner Oma.

    Goed Ich denke oft an meine Oma.

    denken an neemt de Akkusativ: an meine Oma. In het Nederlands verandert “mijn oma” niet; in het Duits verandert hier het bezittelijk voornaamwoord.

  • Fout Denk um deine Fahrkarte!

    Goed Denk an deine Fahrkarte!

    “Denk om je kaartje!” betekent “vergeet je kaartje niet”. Het Duits zegt dat met an: Denk an deine Fahrkarte! Een combinatie denken um bestaat in die betekenis niet.

Vaste combinaties

  • nicht daran denken — er niet aan denken
  • laut denken — hardop denken
  • sich etwas denken können — zich iets kunnen voorstellen

Werkwoorden die je makkelijk verwart

  • glauben Bij een vermoeden zeg je denken of glauben; beide zijn gewoon.
  • vergessen Denk an …! is precies het omgekeerde van Vergiss … nicht!

Kort oefenen

Open plekken: 5 – eerst uit de voorbeeldzinnen hierboven, dan uit de tabel. Elk antwoord telt mee voor je herhalingen.

Verder leren

Werkwoorden met hetzelfde patroon

Bijpassende grammaticathema’s

De vormen zijn berekend volgens de regels van de taal – twee keer, langs twee onafhankelijke wegen – en vergeleken met alle met de hand geschreven vormen in deze cursus. De voorbeeldzinnen zijn eigen zinnen van de cursus.