Direct naar de inhoud
EveryLingua Alle talenWoordenboek
NL

Taal in de praktijk

Duits voor cultuur: boeken, muziek en theater

Praten over boeken, films, concerten en theater — en zo je weg vinden in de Duitstalige cultuur.

Zinnen: 28 · Dialogen: 3 · Woorden: 8

Waarom dit terrein

De Duitstalige landen hebben een rijk cultureel leven: kleine theaters en orkesten in veel steden, een grote boekenmarkt, filmfestivals, musea en seizoensfeesten. Veel daarvan is alleen in het Duits, en het is een van de beste redenen om de taal te leren.

Praten over wat je gelezen, gezien of gehoord hebt, is ook de makkelijkste manier om een gesprek met Duitstaligen te beginnen. Deze zinnen geven je de woorden om te zeggen wat je mooi vond, wat niet, en waarom.

Dit kun je daarna

Doelen per niveau. Vink af wat je al kunt — het vinkje blijft alleen in deze browser.

Kernwoordenschat

Woorden uit de woordenlijsten: 8, geordend per niveau. Een gekleurde rand laat zien wat je al geoefend hebt.

  • das Buchhet boekA1
  • die Musikde muziekA1
  • der Filmde filmA1
  • das Kinode bioscoopA1
  • das Museumhet museumA1
  • das Konzerthet concertA2
  • das Theaterhet theater, de schouwburgA2
  • die Traditionde traditieB1

Typische situaties

Korte dialogen om mee te lezen en na te zeggen. Spreek eerst de ene rol, dan de andere.

Naar de bioscoop

A2

Een vriendin stelt voor vanavond naar de bioscoop te gaan.

  1. Ida

    Hast du heute Abend Lust auf Kino?Heb je zin om vanavond naar de bioscoop te gaan?

  2. Malik

    Ja, gern. Was läuft denn?Ja, graag. Wat draait er?

  3. Ida

    Eine Komödie und ein Krimi. Der Krimi soll gut sein.Een komedie en een misdaadfilm. De misdaadfilm schijnt goed te zijn.

  4. Malik

    Ist er auf Deutsch oder im Original?Is hij in het Duits of in het origineel?

  5. Ida

    Auf Deutsch. Er beginnt um Viertel nach acht.In het Duits. Hij begint om kwart over acht.

  6. Malik

    Gut, dann treffen wir uns um acht vor dem Kino.Goed, dan spreken we om acht uur af voor de bioscoop.

Na de voorstelling

B1

Je komt net met een vriendin uit het theater.

  1. Clara

    Und, wie hat dir das Stück gefallen?En, hoe vond je het stuk?

  2. Jonas

    Sehr gut! Die Schauspieler waren fantastisch.Heel goed! De acteurs waren fantastisch.

  3. Clara

    Fandest du das Ende nicht ein bisschen seltsam?Vond je het einde niet een beetje vreemd?

  4. Jonas

    Doch, aber ich glaube, das war Absicht.Jawel, maar ik denk dat het met opzet was.

  5. Clara

    Kann sein. Ich lese das Buch jetzt noch mal.Kan zijn. Ik lees het boek nu nog een keer.

  6. Jonas

    Leihst du es mir danach?Leen je het me daarna?

In de leesclub

B1

Je leesclub bespreekt de roman van deze maand.

  1. Eva

    Wie fandet ihr den Roman?Hoe vonden jullie de roman?

  2. Tim

    Mir hat er gut gefallen, vor allem die Sprache.Ik vond hem goed, vooral de taal.

  3. Eva

    Mir war der Anfang zu langsam.Voor mij was het begin te langzaam.

  4. Tim

    Das stimmt, aber ab der Mitte wird es richtig spannend.Dat klopt, maar vanaf het midden wordt het echt spannend.

  5. Eva

    Was lesen wir als Nächstes?Wat lezen we hierna?

  6. Tim

    Wie wäre es mal mit Gedichten?Wat dacht je van gedichten, voor de afwisseling?

Zinnen om mee te spreken

Het label zegt waar een zin thuishoort. De luidspreker ernaast leest hem voor.

  1. Ich lese gern.Ik lees graag.

    A1neutraal Net als “graag” in het Nederlands: gern na het werkwoord zegt dat je iets graag doet.

  2. Das Buch ist sehr gut.Het boek is heel goed.

    A1neutraal

  3. Ich höre gern Musik.Ik luister graag naar muziek.

    A1neutraal Het Duits heeft hier geen voorzetsel: Musik hören.

  4. Gehen wir heute ins Kino?Gaan we vandaag naar de bioscoop?

    A1informeel

  5. Der Film beginnt um acht.De film begint om acht uur.

    A1neutraal

  6. Das Museum ist montags geschlossen.Het museum is op maandag gesloten.

    A1neutraal

  7. Wie heißt das auf Deutsch?Hoe heet dat in het Duits?

    A1neutraal

  8. Das war toll!Dat was geweldig!

    A1informeel

  9. Ich habe zwei Karten für das Konzert am Samstag.Ik heb twee kaartjes voor het concert op zaterdag.

    A2neutraal

  10. Warst du schon mal im Theater?Ben je weleens in het theater geweest?

    A2informeel

  11. Dieses Lied höre ich jeden Tag.Dit liedje luister ik elke dag.

    A2neutraal

  12. Der Film war ein bisschen langweilig.De film was een beetje saai.

    A2neutraal

  13. Welche Musik hörst du gern?Naar welke muziek luister je graag?

    A2informeel

  14. Wir haben den Film im Original gesehen.We hebben de film in het origineel gezien.

    A2neutraal

  15. Ich lese gerade ein Buch über die Geschichte der Stadt.Ik lees op dit moment een boek over de geschiedenis van de stad.

    A2neutraal

  16. Am Wochenende gibt es ein Stadtfest mit viel Musik.In het weekend is er een stadsfeest met veel muziek.

    A2neutraal

  17. Wie hat dir das Konzert gefallen?Hoe vond je het concert?

    A2neutraal gefallen werkt zoals “bevallen”: het concert is het onderwerp, jij staat in de Dativ.

  18. Ich schaue deutsche Serien mit Untertiteln.Ik kijk Duitse series met ondertitels.

    B1neutraal

  19. Die Ausstellung läuft noch bis Ende des Monats.De tentoonstelling loopt nog tot het eind van de maand.

    B1neutraal

  20. Der Roman ist am Anfang etwas langsam, aber dann sehr spannend.De roman is in het begin wat langzaam, maar daarna heel spannend.

    B1neutraal

  21. Kannst du mir einen guten Podcast auf Deutsch empfehlen?Kun je me een goede Duitse podcast aanraden?

    B1informeel

  22. Der Schauspieler in der Hauptrolle war großartig.De acteur in de hoofdrol was geweldig.

    B1neutraal

  23. Im Unterricht haben wir ein Gedicht auswendig gelernt.In de les hebben we een gedicht uit het hoofd geleerd.

    B1neutraal

  24. Die Band spielt heute Abend in einer kleinen Kneipe.De band speelt vanavond in een klein café.

    B1neutraal

  25. Ohne Untertitel verstehe ich nur die Hälfte.Zonder ondertitels begrijp ik maar de helft.

    B1neutraal

  26. Das ist eine alte Tradition in dieser Gegend.Dat is een oude traditie in deze streek.

    B1neutraal

  27. Weihnachtsmärkte gibt es in fast jeder Stadt.Kerstmarkten zijn er in bijna elke stad.

    B1neutraal

  28. Wenn du Zeit hast, können wir zusammen ins Museum gehen.Als je tijd hebt, kunnen we samen naar het museum gaan.

    B1neutraal

Waar het om gaat

  • Films en series zijn meestal nagesynchroniseerd, anders dan in Nederland en Vlaanderen.

    Wil je het origineel met ondertitels, zoek dan naar OmU (origineel met ondertitels) of OV (originele versie) in het programma.

    OmUOV

  • In het theater en bij klassieke concerten komt men op tijd; wie te laat is, moet vaak wachten tot de pauze.

  • Spannend betekent ook in het Duits boeiend — het gewone compliment voor een boek of een film.

    Spannend

  • Kerstmarkten, carnaval en plaatselijke feesten horen ook bij de cultuur, en elke streek heeft er eigen woorden voor.

Korte quiz

Vragen over woorden en zinnen van dit terrein: 6. De woordvragen tellen in je voortgang mee zoals elke oefening.

Probeer het zelf

Lees de betekenis, zeg de zin hardop in het Duits en klap hem dan open om te vergelijken.

  1. Ik lees graag.

    Ich lese gern.

  2. Dat was geweldig!

    Das war toll!

  3. Ik lees op dit moment een boek over de geschiedenis van de stad.

    Ich lese gerade ein Buch über die Geschichte der Stadt.

  4. De acteur in de hoofdrol was geweldig.

    Der Schauspieler in der Hauptrolle war großartig.

Verder leren

Meer terreinen

Alle zinnen op deze pagina zijn voor EveryLingua geschreven. Er staan hier geen citaten uit films, series, boeken of liedjes en geen titels of namen van artiesten — de pagina laat zien hoe men op dit terrein praat, niet wat iemand ooit gezegd heeft.